Klik hier voor GRATIS advies

Haar doden kwam niet in mijn kop op

Fatale brand na ruzie psychiatriepatiënten

KAMILLA LEUPEN

AMSTERDAM - Naarmate de zitting vorderde, zei hij steeds vreemdere dingen, de man die weliswaar niet opzettelijk - de woning van zijn vriendin in brand had laten vliegen en de vrouw daarmee de dood in had gejaagd.

De schipholbrand was aangestoken door een officier bijvoorbeeld, betoogde hij - en er was een niet te volgen relaas over Vietnam, Zoetermeer en een dode dealer.
Door zijn T-shirt heen was bij dat alles te zien hoe zijn spieren continu trilden.
Het was niet voor het eerst dat de 47-jarige E.v.W. een rechtszaal van binnen zag. "Ik brak vroeger in bij apotheken en dokters. Voor medicijnen en geld en ik zat in een krankzinnigengesticht."
W. is volgens deskundigen schizofreen('ze zijn zélf schizofreen!'), hij heeft een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken ('waarom antisociaal?') en is verslaafd aan speed. Bovendien vertonen zijn hersenen volgens een neuroloog een ernstige beschadiging.
Eigenlijk is hij schrijver, liet hij de rechters gisteren weten en hij bedrijft 'orgasmegraffiti'. "Ik zou graag neerstrijken in de omgeving van Utrecht en weer gaan schrijven. Misschien in een psychiatrische inrichting, of op een vrijplaats, waar ik aan graffiti kan doen."
Ook de muren van de eenkamerwoning van zijn 'oude toffe vriendin' J. had hij al eens voorzien van zijn kunst - met een plantenspuit.
Zij overleed op 9 september 2006, na een brand in haar huis aan de Bilderdijkstraat.
Volgens het openbaar ministerie was die brand de schuld van W. Hij zou waxinelichtjes bij het bed van de slapende vrouw hebben gezet, en vervolgens het huis hebben verlaten. In de buurt van haar bed werden bij het onderzoek meedere brandhaarden gevonden.
Voor de buren, die 'happend naar lucht' uit het raam hadden gehangen, was de brand, alsdus voorzitter U. Betinck, een zeer beangstigende ervaring geweest.
J, alchoholiste, epilepsiepatiënt en depressief, overleed later aan ernstige brandwonden. De brandweer had haar gevonden in haar woning, liggen op een 'stapel troep.'
W. heeft verklaard dat hij die nacht bij haar was langsgegaan met eten dat hij onderwerg overal en nergens had meegenomen. "Sorry, maar soms leven wij van afdankertjes," voegde hij daar aan toe.
W. was naar eigen zeggen die nacht vertrokken na een meningsverschil over haar neiging veel 'klinkklare troep'  te verzamelen.
"Op de wc flipte ik uit mijn dak toen ik zag dat ze er negen vuilniszakken had opgestapeld."
Hij eiste dat ze er eentje zou weggooien. "Anders zou ik niet met haar naar bed gaan."
Ze weigerde.
"Toen heb ik haar midden op het bed gelegd om te slapen. Normaal lag ze altijd als een klein grijs muisje op de rand."
De twee hadden vaker ruzie. Volgens familieleden van het slachtoffer was J. bang voor W. en mocht hij niet meer langskomen sinds hij haar met een schaal een hersenschudding had geslagen.
De verdachte zelf over de moeizame aspecten van hun verhouding""We hadden altijd ruzie over de troep. Ik kon daar niet ademen."
W. Stak die nacht, weer naar eigen zeggen, drie theelichtjes aan, op het kastje naar haar bed.
Hou zou niet hebben stilgestaan bij eventuele gevolgen. "Ik had ze uit moeten doen, maar ik ben een junk en ik het niet gedaan." En: "Ik zou het niet in mijn kale kop halen haar te vernietigen..."
Aanklaagster N. Coenen stelde dat W. weliswaar niet met opzet brand heeft gesticht, maar dat er wel een causaal verband is tussen zijn gedrag, de brand en de dood van J.
Gezien onder meer de epilepsie van het slachtoffer, de troep in huis en haar verslaving had hij wel voorzichtiger moeten zijn. Coenen eiste een straf gelijk aan zijn voorarrest (zes maanden) en tbs met dwangverpleging zoals deskundigen hebben geadviseerd.
In die eis was ook een ander feit meegenomen: een poging tot afpersing van een medewerkster van de instantie die zijn leefgeld beheerde, enige tijd later. Hij zou de vrouw hebben bedreigd.
Ach ja, bedreigd, wat heet bedreigd - W. zelf dacht het gisteren in de rechtszaal wel te kunnen relativeren: "Ik was een appeltje aan het schillen in een tonnetje yoghurt. Ik heb gezegd dat ik geld wilde, en ik het mesje in het zonlicht laten flikkeren."
Het waren 'cruciale momenten', zei hij. "Maar ik wilde geen bloedbad aanrichten."
W. wilde wel geloven dat zijn gedrag de medewerkster had beangstigd. "Ik ben niet de minste en zij is maar een vrouw. Maar payday is payday."
De advocaat van W., J. Keizer pleitte voor vrijspraak.
Uitspraak 27 maart