Klik hier voor GRATIS advies

'Mijn laatste verjaardag in de gevangenis'

Ab H. hoopt dat 24 november zijn laatste verjaardag achter tralies is. De Enkhuizer, die 66 wordt, zegt onschuldig te zijn veroordeeld voor de marteldood van Paul Epskamp.

In de ontmoetingsruimte van de gevangenis in Lelystad doet H. zijn verhaal. Bijna zonder emoties. Nu er een reële mogelijkheid is veel eerder buiten de poort te staan dan in 2015 als tweederde van zijn straf van acht jaar er op zit (voorwaardelijke invrijheidstelling, VI), wil hij de feiten laten spreken. Vooraf: de hier genoemde personen hielden zich op in het drugsmilieu. Ab en z'n Braziliaanse vliegen op 17 december 2004 naar haar geboorteland. "Kort voor vertrek kreeg ik en telefoontje van Marokkaanse Amsterdammers, die wilden dat ik en ‘ritje’ binnen Nederland verzorgde. Het ging om 3000 kilo hasj, in plakken met daarop stempels van Lacoste (krokodil) en het dollarteken."

Ab regelt snel mensen die de drie ton brengen naar en lossen in de opslagruimte van een kennis in Nibbixwoud en vliegt naar Zuid-Amerika. "Achteraf hoorde ik dat de Nibbixwouder eigenmachtig Epskamp heeft gevraagd om als tussenpersoon te fungeren en zijn relaties te vragen of die interesse hadden." Op Tweede Kerstdag wordt de hasjiesj met een handelswaarde van vijf miljoen euro gejat. Het zware hek voor de loods is onbeschadigd… H.’s opdrachtgevers eisen dat hij terugvliegt. "De Nibbixwouder, Epskamp en ik kregen de schuld van de diefstal." Ze moeten begin 2005 telkens weer, in Wieringerwerf, Amsterdam en bij Schiphol, opdraven en verantwoording afleggen.

Roosendaal

De Marokkanen voeren de druk op. 13 januari worden de drie meegenomen naar een woning boven een café in Roosendaal, waar zes mannen hen het hemd van het lijf vragen. "Na vele uren mochten de Nibbixwouder en ik, ieder geëscorteerd een Marokkaan, weer gaan." In de rechtszaal blijkt later dat de bestolenen zich dagenlang concentreren op Paul. Als zijn folteraars op 19 januari met een boormachine zijn knieën gaan bewerken, krijgt Epskamp vermoedelijk een hartstilstand en overlijdt. Zijn lichaam wordt later gevonden langs rijksweg 2.

Het rechercheteam loopt vast. Het is inmiddels maart 2006. H., tot dan toe getuige en geen verdachte van de marteldood: "Ze verzinnen een list om een zondebok voor de rechters te kunnen slepen. Mij, dus. Maar ik was op de dag van Pauls dood, 19 januari 2005, in Kopenhagen. Voor dit alibi is een getuige, de Marokkaan die mij in de gaten hield. Hij is destijds gevlucht naar Marokko. Je kunt niet zeggen dat alles uit de kast is getrokken om hem te vinden."

Het konijn uit de hoge hoed van de recherche is volgens H. en zijn advocaat Johan Keizer een 29-jarige inwoner van Grootebroek, die in een andere zaak heeft toegegeven politie-informant te zijn. Iemand die volgens twee andere getuigen plakken hasj heeft verkocht met een dollarteken. H.: "Mogelijk om straf of vervolging te voorkomen, heeft deze Grootebroeker de recherche 'geholpen'. Deze getuige, zoals het openbaar ministerie hem hardnekkig blijft noemen, bezoekt andere betrokkenen, die vervolgens uit het niets negatieve dingen over mij vertellen tegen de politie."

Belastend

"De getuige-informant legt zelf zeer belastende verklaringen af. Ik zou de opdrachtgever van de moord op Epskamp zijn geweest. Ik zou hem zelf hebben verteld dat hij Epskamp had omgebracht. De Grootebroeker had dat gesprek stiekem opgenomen met een van zijn mobieltjes. Uitputtend technisch onderzoek van de gsm’s heeft uitgewezen uit dat zo’n opname er nooit is geweest." "Voornamelijk door de kennelijke leugens van de informant, maar ook doordat de recherche knipt in de processen-verbaal en video's van de verhoren", zegt Ab H., krijgt hij in beroep acht jaar. Voor betrokkenheid bij de gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Epskamp. De veroordeling gebeurt buiten zijn aanwezigheid, want hij zit in Noorwegen een straf van 5,5 jaar uit voor smokkel van 46 kilo hasj.

Sinds hij een jaar geleden is uitgeleverd en hier achter tralies verblijft, vecht hij voor heropening van het onderzoek. Hij en mr. Keizer pluizen alles na. Op 30 augustus en 2 september kan hij eindelijk aangifte doen. Het heeft bijna twee maanden geduurd, maar er lijkt nu toch echt iets met H.'s grieven te worden gedaan. H. heeft van het openbaar ministerie te horen gekregen dat 'de informant aan de tand worden gevoeld en op korte termijn duidelijk wordt wat er met de politiemensen en de zaaksofficier gaat gebeuren'.